De meeste mensen horen het wel.
Die subtiele signalen. Dat zachte onderbuikgevoel.
Die lichte onrust. Dat vage ‘er klopt iets niet’.
Maar luisteren?
Dat doen we pas… als het lichaam begint te schreeuwen.
Want zo zijn we geconditioneerd. Afgesteld om te negeren.
Door te gaan. Te presteren.
Niet voelen maar fixen.
Het zachte werd vroeger als zwak gezien.
Het trage als lui.
Het gevoelige als “te veel”.
We hebben geleerd te vertrouwen op ons denken.
Op logica. Op snelheid.
En dus raakten we langzaam verder weg van ons lijf.
Niet omdat het niks zei, maar omdat we het niet meer konden horen.
Want het lichaam spreekt zacht. Altijd al gedaan.
Het fluistert in gespannen schouders.
In een dichtgeknepen keel.
In een knoop in je maag.
In het gebrek aan zin, aan rust, aan ruimte.
Maar zolang het hoofd de leiding neemt?
Blijft dat zachte overstemd.
We zijn getraind om pas in actie te komen wanneer het lichaam pijn doet.
Wanneer er paniek is.
Wanneer het écht niet meer gaat.
Alsof het pas dan ‘serieus genoeg’ is om naar te luisteren.
Maar zover hoeft het helemaal niet te komen.
Wat als we eerder vertragen?
Eerder opmerken?
Eerder (h)erkennen?
“Hé, ik schiet weer in m’n hoofd.”
“Ik ben weer aan het oplossen in plaats van voelen.”
“Ik merk dat ik mezelf weer voorbijloop.”
Zonder oordeel. Zonder schuld.
Zonder weerstand en zonder verzet.
Bewust “worden”.
Bewust “zijn”.
Want voelen is niet zwak.
Vertragen is niet nutteloos.
En luisteren naar het zachte is misschien wel het krachtigste dat er is.
Het vraagt oefening. Aanwezigheid.
En de bereidheid om opnieuw te leren wat we ooit zijn afgeleerd.
Het hoofd zal altijd sneller zijn.
Maar het lijf?
Het weet vaak al eerder wat waar is.
Alleen: het fluistert.
En het is aan ons om te leren luisteren.
Voordat het hoofd begint te schreeuwen.
Liefs Sas
