Snel “Ik ook van jou” eruit gooien alsof je een hete aardappel wegwerkt?
We zijn razendsnel geworden in het teruggeven van woorden.
Maar wanneer heb je ze voor het laatst écht ontvangen?
Stel je eens voor: Je geeft iemand een prachtig cadeau.
Met zorg uitgezocht. Liefdevol ingepakt.
En wat doet de ander?
Die zet het ongeopend aan de kant en duwt jou direct een ander cadeau in de handen.
Voel je dat?
Hoe jouw moment van geven niet werd gezien?
Hoe jouw gebaar bleef hangen, onuitgepakt, niet echt ontvangen?
Dat is precies wat er gebeurt als je direct reageert met:
“Ja, ik ook van jou!”
Ontvangen is een vergeten kunst.
We zijn getraind in geven.
In terugkaatsen.
In het ongemak snel opvullen met woorden.
Maar de interactie van liefde vraagt om ademruimte.
Om een moment van stilte.
Om even alleen maar te voelen wat er wordt gegeven.
De volgende keer dat iemand tegen je zegt:
“Ik hou van je.”
Doe dan dit:
Adem diep in.
Laat de woorden landen.
En zeg dan (als je iets wilt zeggen) iets wat je voelt in het moment.
Zoals:
“Wat heerlijk om dat te horen.”
“Dank je, ik voel het helemaal binnenkomen.”
“Wat lief… dat raakt me.”
“Ik word daar zo blij van.”
Of…
Je zegt even niets.
Je laat een glimlach of een knuffel het werk doen.
Dat is ontvangen.
Zonder haast.
Zonder de drang om meteen iets terug te geven.
Liefde hoeft niet altijd direct beantwoord te worden.
Ze wil vaak eerst simpelweg gevoeld worden.
En dat is misschien wel het mooiste wat je de ander én jezelf kunt geven.
Liefs, Sas
